Archeoloog Maaike de Haas registeert noordelijke bodemschatten

 
 
 
 Archeoloog Maaike de Haas registreert de bodemschatten die detectorzoekers opsporen in de drie noordelijke provincies. ,,Gespen, schoengespen, zó veel!’’

Ingespannen tuurt archeoloog Maaike de Haas naar de inhoud van een plastic zak op haar bureau in een loods van het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis.

Onder speciale belichtingslampen ligt de opbrengst van 25 jaar lang zoeken met een metaaldetector op één Groninger wierde, door één hobbyist.

Locatie geheim uit vrees voor concurrentie

De eigenaar heeft de ‘buit’ meegegeven zodat Maaike alle voorwerpen kan registreren.

Archeologe Maaike de Haas, Vondstregistrator bij PAN.

„Ik heb bij hem thuis al zo’n honderd objecten gefotografeerd en beschreven. Maar het is zoveel, dat ik een deel tijdelijk in bruikleen heb gekregen”, vertelt Maaike, terwijl ze voorzichtig voorwerpen uit de berg peutert. De eigenaar wil niet dat de locatie wordt genoemd, uit vrees voor ‘concurrentie’.

Maaike zet de vondsten in PAN (Portable Antiquities of the Netherlands). Een Nederlandse database die als doel heeft om oudheidkundige vondsten in privébezit, met name metaalvondsten van detectorzoekers, te documenteren voor de wetenschap, onderzoek, musea en geïnteresseerden.

Sinds juli 2016 is het wettelijk verplicht om detectorvondsten te melden. Dat is moeilijk te handhaven, erkent Maaike, maar de actieve detectorzoekers in Drenthe, Groningen en Friesland blijken erg welwillend.

Paardentuigbeslag uit de Romeinse tijd

Een voor een pakt ze de metalen voorwerpen. En met de dictie van een deskundige uit Tussen Kunst & Kitsch’ noemt ze op wat ze ziet: paardentuigbeslag uit de Romeinse tijd, een duit uit 1771, ringgespen uit de Middeleeuwen, kledinghaken uit de 16de eeuw, een knoop uit de 16de eeuw, Romeinse mantelspelden uit de eerste eeuw na Christus.

Achter de dijk Termunten zoekt iemand met een metaaldetector het land af naar wat ‘bruikbaars’. Foto: Jan Zeeman

Het meest verrast is ze door een fragment van een zilveren munt, met duidelijk zichtbaar Arabische tekens. „Fascinerend, hoe komt een Arabische munt in het Noorden?”

Na bijna twee jaar registreren telt database 30.000 vondsten

Soms werkt ze in de loods in Nuis, maar meestal bezoekt ze metaaldetectorzoekers in de drie noordelijke provincies. De geldwaarde van de vondsten interesseert haar niet, de archeologische waarde staat voorop.

„Vaak heeft het in geld uitgedrukt weinig waarde, hoewel een zeldzame gouden munt een behoorlijke prijs kan aantikken.” Zulke vondsten zitten er soms tussen, zoals een mantelspeld uit de twaalfde of dertiende eeuw gemaakt van een Arabische munt die mee is gekomen van een van de kruistochten.

Enkele van de vondsten die De Haas in de database registreert

De identiteit van de vinders en de exacte vindlocaties blijven onzichtbaar in de database. „Zoekers willen hun zoekgebied beschermen. De boer op wiens land ze zoeken moet toestemmen. En die mag niet overlopen worden door een kudde zoekers.

Duizend tot tweeduizend zoekers in het Noorden

Angst dat archeologen land claimen voor langdurig onderzoek hoeven boeren niet te hebben; alleen als ergens wordt gebouwd hebben archeologen het recht onderzoek te doen.”

Na bijna twee jaar registreren telt de database 30.000 vondsten, afkomstig van 2500 verschillende locaties door heel Nederland, aangeleverd door zo’n driehonderd detectorzoekers.

Archeologe Maaike schat het aantal actieve zoekers landelijk ergens tussen de vier- en negenduizend, gebaseerd op de ledenaantallen van twee metaaldetectorverenigingen en de verkoop van detectoren.

In Drenthe, Friesland en Groningen zijn duizend tot tweeduizend actieve zoekers, is een ruwe schatting van de archeologe. „Van de landelijk 30.000 vondsten zijn maar liefst 4800 uit Friesland afkomstig. Tachtig procent van alle noordelijke vondsten komt uit Friesland, vanwege het hoge aantal zoekers.’’

En van welke vondsten heeft ze inmiddels de buik vol, wat is het ‘plastic van de Middeleeuwen’? „Gespen, schoengespen, zó veel! Maar het gaat ons niet om de archeologische waarde, maar ook om de aantallen en de verspreiding, we zijn dus ook geïnteresseerd in ‘simpele’ dingen. Maar we hebben een grens getrokken: we documenteren tot in de 16de eeuw, want daarna kwam de massaproductie tot stand en zien we een explosie aan materiaal.”

PAN is opgezet naar Brits voorbeeld, waar bodemvondsten sinds 1999 worden geregistreerd door een veertigtal archeologen in vaste dienst. „Goudvondsten worden in Engeland altijd bezit van de staat.

In Nederland moet je de waarde van ‘schatvondsten’ – bijvoorbeeld een gouden munt of meerdere zilveren – delen met de landeigenaar. De Britse database telt inmiddels 1,3 miljoen vondsten en wordt gebruikt voor promotieonderzoek en wetenschappelijke publicaties.”

Gouden oorbel uit Loppersum

Adembenemende ontdekkingen? „De vondst van een veertigtal gouden, laat-Romeinse munten. En vorige week zette ik een gouden oorbel op de foto, gevonden in de gemeente Loppersum. We dachten eerst dat de steentjes mogelijk diamantjes waren, maar een expert heeft ernaar gekeken: bergkristal. Het maakt deel uit van een set van twee oorbellen en een broche en die set staat zelfs op een schilderij.”

De in Loppersum gevonden gouden oorbel.

De kennis over de vondsten moet worden bewaard, benadrukt De Haas. ,,Want niets is erger dan wat we zagen tijdens een verzamelaarsbeurs in Utrecht: bakken vol bodemvondsten die te koop werden aangeboden, afkomstig uit Roemenië en Hongarije, illegaal verkregen bodemvondsten die verdwijnen zonder dat iemand het verhaal er achter kent. Kennis over het verleden gaat zo verloren.”

Meldplicht voor bodemvondst

Zoeken met metaaldetectoren is pas sinds 1 juli 2016 wettelijk toegestaan, met de nieuwe Erfgoedwet. Maar er zijn voorwaarden. Zo mag een detectorzoeker niet dieper dan 30 centimeter graven, niet zoeken op een monument of lopende archeologische opgraving en er moet toestemming zijn gegeven door de grondgebruiker.

Bovendien is er een meldplicht voor elke vondst. Doel is de wetenschappelijke informatie van de vondsten te behouden. Melden kan bij de archeologen van PAN.

Vondsten in Drenthe, Groningen en Friesland kunnen worden gemeld bij ‘vondstregistratoren’ Margot Daleman en Maaik de de Haas. Dat kan via de website van PAN: www.portable-antiquities.nl

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *