Wetenschappers ontdekken ’s werelds oudste brood in Jordanië

Wetenschappers hebben in Jordanië de resten teruggevonden van een ruim veertienduizend jaar oud brood. Het gaat om de verkoolde resten van een platbrood. 

 

Volgens wetenschappers betekent dit een “culturele mijlpaal”, omdat tot voorheen gedacht werd dat het bakken van brood pas ontstond toen mensen langer op een plek bleven door het land te bewerken. 

Het brood behoorde toe aan de Natufia-cultuur. De jagers en verzamelaars aten voornamelijk vlees en groenten. Ze bakten hun eten op grote, stenen vuurhaarden die te midden van hun hutten stonden. 

“De aanwezigheid van brood op deze locatie is buitengewoon”, zegt een van de onderzoekers. Tot nu waren ruim negenduizend jaar oude teruggevonden kruimels de oudst bekende broodresten. 

Volgens de onderzoekers moet nu bekeken worden of er een relatie is tussen het bakken van brood en het ontstaan van de landbouwnederzettingen in het gebied. “Het is mogelijk dat brood, als het een veelgevraagd product zou zijn, mensen heeft aangespoord om te beginnen met het bewerken van het land.”

Gebouwen uit IJzertijd zichtbaar door droogte

12-07-2018Daan Couwenbergh

Cropmarks in WalesNiet alleen in de lage landen is het droog, ook op de Britse eilanden staat de zomer van 2018 in het teken van een groot neerslagtekort. En dat betekent dat archeologen in Wales het luchtruim kiezen. Door de droogte zijn namelijk de contouren van oude bebouwing zichtbaar geworden in akkers en gewassen. Vanuit de lucht speuren archeologen naar deze ‘cropmarks’.

Uit de lucht zijn de cropmarks in de akkers goed te zien. Cropmakrs zijn vierkante of ronde vormen die als verkleuringen zichtbaar zijn op graslanden of in de gewassen op akkers. De verkleuringen in de gewassen geven aan dat daar eeuwen geleden bebouwing stond. Onderzoekers van de Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Wales (RCAHMW) hebben de de afgelopen weken lange dagen gemaakt in het vliegtuig, om zoveel mogelijk van deze cropmarks in kaart te brengen. Daarbij gaat het om structuren die teruggaan tot de bronstijd.

Hoe ontstaan cropmarks?

De verkleuringen in de gewassen zijn meestal niet zichtbaar, maar in droge periodes zoals nu, kunnen ze ineens opduiken. De markeringen ontstaan waar de bewoners van een gebied eeuwen geleden greppels groeven, of juist (stenen) wallen bouwden. Waar ooit greppels lagen, houdt de grond vocht langer vast, waardoor in een droge periode als nu het gewas dat daar groeit, groener blijft dan de gewassen er omheen. Waar juist ooit een muurtje stond, is de grond steniger en nóg droger dan de grond op de rest van de akker, waardoor het gewas dat op die plek groeit droger blijft en minder hard groeit.

Cropmarks in Wales

Nieuwe ontdekkingen

De ontdekte structuren worden door de RCAHMW zo goed mogelijk gefotografeerd en gedocumenteerd. Sommige vindplaatsen waren al bekend, maar er zijn in de afgelopen periode ook nieuwe ontdekkingen gedaan. Zo werd er bij Gwynedd een middeleeuwse begraafplaats ontdekt, en in de buurt van Glanmorgan werden de contouren ontdekt van een tot dan toe onbekende Romeinse villa binnen de omheining van een al bekende prehistorische vindplaats.

Opschieten

De archeologen moeten wel opschieten met hun onderzoek vanuit de lucht. Op veel plekken begint het graan te rijpen, waardoor de cropmarks niet meer zichtbaar worden. En als er geoogst is, zijn ze natuurlijk helemaal aan het oog onttrokken. Toch zijn de archeologen niet ontevreden. Nu al heeft de zoektocht vanuit de lucht zo veel gegevens opgeleverd dat de archeologen maanden bezig zijn om alles te verwerken.

Meer cropmarks zien?

Meer weten over de cropmarks? Op de site van de Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Wales vind je een fotogalerij met de mooiste ontdekkingen, en een kaart  met alle tot nu toe bekende vindplaatsen. 

Afbeeldingen:

Courtesy of Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Wales

Hunebed Highway wordt ‘prehistorische A1’ van Drenthe

Bron: https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/136464/Hunebed-Highway-wordt-prehistorische-A1-van-Drenthe

ZUIDLAREN – De provinciale weg N34 wordt volgende week maandag omgedoopt tot Hunebed Highway.

Daarmee heeft Europa er officieel een historische route bij, vergelijkbaar met Route 66 in de Verenigde Staten en de Route Napoleon in Frankrijk.

Toeristische impuls
De N34 loopt van Zuidlaren tot aan Coevorden. “Hunebed Highway bekt goed en de vlag dekt de lading. Van de 53 hunebedden in Drenthe staan er 47 aan de N34. Zie dit maar als een toeristische impuls met het doel meer bezoekers naar het gebied te trekken”, zegt gedeputeerde Henk Brink van de provincie Drenthe.

Prehistorische A1
Langs de route komen borden met het gelijknamige logo. De nieuwe route moet het toeristische imago van het Hondsruggebied verder opkrikken. Directeur Hein Klompmaker van het Hunebedcentrum in Borger spreekt van een “prehistorische A1″.

Omdoping
Brink opent de Hunebed Highway maandag met staatssecretaris Mona Keizer van Economische Zaken. Tijdens de omdoping van de weg is ook de officiële start van de Hunebed Highway Business Club die voornamelijk bestaat uit bedrijven langs de N34. Het Drents Jeugdorkest treedt tijdens de opening op en brengt de Hunebed Highway Rapsodie ten gehore.

Zweden brouwden al heel vroeg bier

27-06-2018Jasper Buiting

Oude bierbrouwerij Zweden archeologische opgravingBier is al een heel oud drankje, de Mesopotamiërs brouwden en dronken al bier. Over de vroege bierindustrie in Europa is echter een stuk minder bekend. Maar archeologen van de Zweedse Universiteit van Lund hebben namelijk achterhaald dat er in Zweden tijdens de late Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen al mout werd geproduceerd.

Vlak bij de opgravingen bij Uppåkra stuitten de archeologen op een aantal ovens die gebouwd waren om op lage temperatuur dingen te verwarmen. In een van die ovens troffen de archeologen een aantal verkoolde graankorrels aan. De vindplaats daarvan, zo dicht bij een oven, wijst er volgens de archeologen op dat dit graan werd gebruikt om bier van te maken.

Grote bierindustrie

Dat er een aantal ovens vlak bij elkaar is gevonden, een eindje buiten het bewoonde gedeelte van Uppåkra, doet de archeologen vermoeden dat dit soort grotere ‘industrie’ op specifieke plekken in de nederzetting werd geplaatst en dat de productie niet alleen voor eigen gebruik was, maar dat er ook speciaal voor de handel, en grote feesten werd gebrouwen. 

Top-3 oudste vondsten

De ovens en de graankorrels stammen uit de periode tussen 400 en 600. Daarmee staat deze vondst in de top-3 van oudste bier-gerelateerde vondsten in Scandinavië. De oudste vondst stamt uit het jaar 100 en werd in Denemarken gedaan, een andere vondst werd gedateerd op het jaar 500 en werd gedaan op het eiland Öland.

Bij die oude vondsten werden vooral resten van wilde gagel gevonden, daarmee werd bier op smaak gebracht voordat hop die functie overnam.

Bron en Afbeelding:

Graven uit de zevende eeuw gevonden in Leiden: ‘Echt fantastisch!’

Bij opgravingen in Leiden zijn twee graven uit de zevende eeuw ontdekt. De goed geconserveerde graven zijn volgens onderzoekers interessant, omdat er nog weinig bekend is over de tijd vlak na de Romeinse overheersing.

De graven werden bij toeval gevonden door studenten archeologie van de Universiteit Leiden. Zij zijn in het gebied op zoek naar een nederzetting uit de tiende eeuw.

Leiden Archaeology
@LeidenArchaeo
 
Spectaculaire vondst van Merovingische graven werpt nieuw licht op middeleeuws Leiden. Één van de graven werd gevonden door een eerstejaars studente. @Archol_bv
 

Dna-onderzoek

De botresten in de graven zijn goed bewaard gebleven en dat is goed nieuws voor de onderzoekers. “Moderne technieken zoals dna-testen en isotopenonderzoek kunnen ontzettend veel zeggen over het aangetroffen skelet”, zegt professor middeleeuwse archeologie Frans Theuws van de Universiteit Leiden tegen Omroep West.

In elk geval is al duidelijk dat het in beide gevallen om een jonge man gaat. Het skelet dat als eerste werd gevonden, droeg een kort zwaard aan een gordel. De tweede was begraven met allerlei voorwerpen zoals kledingspelden en een gordel met gesp. Het was in deze tijd gebruikelijk om de doden volledig gekleed en met hun persoonlijke wapens en sieraden te begraven.

Resten naar Limburg

Burgemeester Lenferink van Leiden spreekt van een belangrijke vondst. “Ik vind dit echt fantastisch. Van deze tijd weten we nog niet veel, we zijn buitengewoon nieuwsgierig wat er in de periode na het Romeinse Rijk hier gebeurde. Stapje voor stapje beginnen we een verhaal te krijgen, mede dankzij deze graven.”

Het onderzoeken van de graven zal nog veel tijd in beslag nemen. Ze zijn daarom in het geheel geborgen en overgebracht naar een laboratorium in Limburg. Daar worden ze verder onderzocht.

Ongesprongen en explosief?

 
 

In mei 2018 is bij opgravingen door MUG Ingenieursbureau in opdracht van bouwer Plegt-Vos, in de hoek tussen Nieuweweg en Oostersingel een mortiergranaat aangetroffen. De granaat is van gietijzer, diameter 28 cm, ongeveer 43 kg zwaar. Dit exemplaar was ruim 2 meter diep in de klei ingeslagen en stopte op het onderliggende zand van de Hondsrug. Het bolronde projectiel dateert óf van het (geslaagde) beleg door Maurits in 1594 of, waarschijnlijker, van dat door Bommen Berend in 1672. In 1594 lag het gebied aan de rand van de Schuitenschuiversschans, in 1672 net aan de binnenzijde van de stadswal.

De locatie van de vondst op plattegronden uit 1565, 1642 en 2018

Begin juni is contact gezocht met het team ‘Wapen Munitie Explosieven’ van de Politie, die op haar beurt belde met de EOD in Den Helder. De ‘Maritieme EOD Compagnie’ gaf acte de préséance en nam de granaat in ogenschouw. Via de (afgesloten) vulopening is de vulling geïnspecteerd. Inderdaad bleek daar buskruit aanwezig, vooral herkenbaar aan geur en houtskool, een van de bestanddelen van ‘zwartkruit’. Bij het schoonmaken van de buitenkant bleek er touw aanwezig, omgeven door pek: vermoedelijk een soort net waarmee de kogel in de loop werd gelaten en dat na afvuren waarschijnlijk brandend op de stad afkwam. In een poging de wanddikte van de holle kogel te bepalen, bleek de vulopening te zijn afgedicht met een houten prop, die naar binnen schoot. De ruimte in de granaat was voor ca. 1/3e deel gevuld met zwart water in plaats van zwartkruit. Daarmee werd ineens duidelijk dat er geen explosief gevaar meer was, dat de granaat niet hoefde te worden afgevoerd en ongesprongen kan worden behouden. De vulling is er, op de stop na, uitgespoeld. De bijzondere bodemvondst wordt nu geconserveerd en is hopelijk vóór 28 augustus, Gronings Ontzet, gereed en zichtbaar voor publiek.

Verwijderen van de houten prop door de EOD

Verwijderen van de zwarte waterige vulling

De vulopening van de granaat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat er waarschijnlijk maar heel weinig kruit in de granaat heeft gezeten, is het de vraag of deze kogel als granaat is afgeschoten of als brandbom (in een net van pek of teer). De kleine hoeveelheid kruit doet ook vermoeden dat het explosief in 1672 door Bernard von Galen, bisschop van Münster, alias Bommen Berend, is gebruikt. Geplaagd door geldgebrek moest hij onverrichter zake en met de staart tussen de benen aftaaien.

Presentatie van het Jaarboek van de Nederlandse Archeologie

05-06-2018Daan Couwenbergh

Jaarboek Archeologie in NederlandVrijdag 15 juni 2018 wordt het Jaarboek van de Nederlandse Archeologie gepresenteerd. De heer W. Weiland, directeur van het Rijksmuseum van Oudheden en de heer Mr. Marc L.M. van Ravels, honorair consul van Frankrijk, nemen de eerste exemplaren in ontvangst.

20 opzienbarende vondsten

Het Jaarboek Archeologie van Nederland moet de Nederlandse archeologie extra in het zonnetje zetten. Want bij archeologie denken veel mensen aan het graf van Toetanchamon, en de opgravingen bij Pompeï, maar belangrijke Nederlandse opgravingen staan minder in de belangstelling. Het Jaarboek zet de twintig meest opzienbarende archeologische van 2017 in de belangstelling.

De selectie is opgesteld door een onafhankelijke commissie bestaande uit vrijwilligers en professionals uit het archeologisch werkveld. De selectie vertelt het verhaal van driehonderdduizend jaar Nederlandse geschiedenis. Een verhaal dat ook op internationaal niveau voor de wetenschap van groot belang is.

Driehonderdduizend jaar Nederlandse geschiedenis

De onderzoeken die in het Jaarboek van de Nederlandse Archeologie 2017 zijn opgenomen, dragen bij aan de antwoorden van vragen die zijn gesteld in de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie. De onderzoeken in het Jaarboek gaan in op de omgeving waarin jagers en verzamelaars leefden, op de afname van bewoonbaar land toen de zeespiegel steeg in Noord-Nederland. Maar er is meer dan prehistorie. Ook het verdwijnen van de Romeinse overheersing, de kerstening en de verstedelijking van de Maasvallei krijgen aandacht in de verhalen. Daarbij gaat het om opgravingen waarbij ook het publiek steeds vaker betrokken wordt.

Austerlitz

Zo is een boeiende verhalenbundel over de geschiedenis van Nederland ontstaan. De uitreiking van het Jaarboek van de Nederlandse Archeologie vind plaats op 15 juni 2018, om 15.00uur in een archeologische omgeving. Het boek wordt uitgereikt in het Beauforthuis in Austerlitz, vlakbij het Franse Kamp, het legerkamp dat tijdens het regime van koning Lodewijk Napoleon bij Austerlitz verrees. De opgravingen die daar in 2017 en 2018 plaatsvonden werd getypeerd als een ‘sensatie’.

Het Jaarboek van de Nederlandse archeologie is een initiatief van de Stichting Archeologie en Publiek en tot stand gekomen in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Pronk Producties Vucht. Vanaf 18 juni is het Jaarboek van de Nederlandse archeologie ook € 29,95 te koop bij de meeste Nederlandse boekhandels.

Ptolemeisch badhuis opgegraven in Egypte

30-05-2018Daan Couwenbergh

Badhuis Egypte opgegravenBij een opgraving in San El-Hagar, in Egypte, hebben archeologen de resten van een Grieks-Romeins gebouw ontdekt. Tijdens de opgraving stuitten de archeologen op rode bakstenen. Tussen de resten deden archeologen ook nog verschillende waardevolle vondsten.

De resten zouden hebben toebehoord aan een badhuis uit de Hellenistische periode, waarschijnlijk tijdens de heerschappij van Ptolemaeus III (246-221 v.Chr.) of Ptolemaeus IV. Dat vermoeden baseren de archeologen op de vondsten die tussen de resten werden gedaan. Het onderzoek naar de funderingen is echter nog gaande, dus een definitieve conclusie over de functie van het gebouw, wordt nog niet gegeven.

Kleine voorwerpen opgegraven in badhuis

Tussen de resten van het badhuis werd een grote hoeveelheid vondsten gedaan. Daarbij gaat het om bronzen gereedschap, aardewerk, en terracotta beeldjes. Bijzonder waren ook een stuk steen met hiërogliefen, een klein beeldje van een ram en een gouden munt.

Gouden munt met Ptolemaeus III

De gouden munt hielp de archeologen bij het dateren van het bouwwerk. Op de munt stond de beeltenis van Ptolemaeus III met een kroon. Die munt zou geslagen zijn tijdens de heerschappij van zijn opvolger Ptolemaeus IV. Daarmee zou Ptolemaeus IV zijn voorganger en vader hebben willen herdenken. Op de andere zijde van de gouden munt is een hoorn des overvloeds afgebeeld.

Het Egyptische ministerie van Oudheden maakte de vondsten bekend op haar Facebookpagina.

Archeologen ontdekken middeleeuws made-in-China-label op oude scheepslading

22-05-2018Daan Couwenbergh

Chinees scheepswrak in de JavazeeIn de jaren ’80 werden op de bodem van de Javazee de resten van een scheepslading gevonden. De herkomst van de duizenden stukken keramiek op ze zeebodem bleef lang onbekend, maar de ontdekking van een subtiele aanwijzing op een stuk keramiek heeft archeologen nieuwe informatie gegeven.

‘Made in China’- label

Al sinds de ontdekking in de jaren ’80 doen archeologen onderzoek naar de herkomst van de verloren scheepslading. In de jaren ’90 werd de lading na onderzoek gedateerd als midden- tot laat dertiende-eeuws. Maar archeologen die verder gingen met het onderzoek ontdekten bewijs dat aantoont dat de scheepslading waarschijnlijk een eeuw ouder is. Archeologen troffen op het aardewerk markeringen aan die de herkomst aangeven. Een middeleeuwse variant op een ‘made in China’- label dus. Uit dat label bleek dat de lading aardewerk werd gemaakt in de Chinese regio Jianning Fu.

Dat was de aanwijzing die de archeologen nodig hadden om het aardewerk te dateren. De spelling van Jianning Fu werd namelijk na de Mongoolse invasie van 1278 veranderd in Jianning Lu. Volgens de archeologen was dat een aanwijzing dat de lading veel ouder was, wellicht uit de twaalfde eeuw.

Koolstofdatering bevestigt vermoeden

Chinees scheepswrak in de JavazeeOm de leeftijd van de scheepslading beter vast te kunnen stellen, werd er ook naar andere delen van de lading gekeken. Een deel van de lading bestond namelijk uit slagtanden, waarvan de leeftijd met behulp van koolstofdatering nauwkeurig kon worden bepaald. Ook deze koolstofdatering gaf aan dat de lading niet zevenhonderd jaar, maar achthonderd jaar oud was.

Vondst past in het historische plaatje

Met deze nieuwe resultaten wordt ook het historische verhaal over de Chinese zeevaarders in deze periode completer. In deze tijd richtten Chinese handelaren zich meer op de handel overzee, dan op de handel via de zijderoute over land. De vondst van een grote scheepslading uit deze tijd ondersteunt dit verhaal.

Bron en afbeeldingen

The Field Museum

Paardenskelet opgegraven in Pompeï

16-05-2018Daan Couwenbergh

Paard gevonden in PompeïEven buiten Pompeï hebben archeologen een paardenskelet gevonden. De resten van het paard werden even buiten de stad gevonden tussen de ruïnes van wat volgens archeologen een stallencomplex is geweest.

Eerste complete paardenskelet in Pompeï

Het is voor het eerst dat er een compleet paardenskelet is gevonden in de stad. In het stallencomplex werd volgens de archeologen ook een trog gevonden. Het paard is zichtbaar gemaakt op dezelfde manier zoals dat bij veel resten van mensen in Pompeï is gedaan. De holte die in de dikke laag vulkanische as achterbleef nadat het lichaam van het paard is vergaan, werd gevuld met vloeibaar gips, zodat de contouren van het paard zichtbaar werden.

De resten van het paardenskelet wijzen erop dat het paard een schofthoogte had van ongeveer één meter vijftig. Dat is naar huidige standaarden vrij klein, maar gezien het feit dat paarden in de Romeinse tijd een stuk kleiner waren, was het paard voor Romeinse begrippen waarschijnlijk behoorlijk groot.

Dure leidsels

Bij het paard werden resten van een duur leidsel van ijzer en brons gevonden. Dat, en het grote formaat van het paard wijzen er volgens de archeologen op dat het een duur paard was, dat speciaal gefokt was voor speciale, ceremoniële gelegenheden.

Leven na de ramp in Pompeï

Het paard was niet de enige vondst die werd gedaan. Tijdens de opgraving werden ook resten van gereedschap en keukengerei gevonden. Bijzonder was ook een graf dat werd gevonden. Dat graf, waarin een man begraven lag, werd volgens de archeologen gedolven na de uitbarsting van de Vesuvius in 79. Dat wijst erop dat mensen na de uitbarsting terugkeerden en probeerden te leven in de ruïnes van de stad.

Illegale opgeravingen

De vondst is volgens de archeologen extra bijzonder, omdat de vondst is gedaan in een gedeelte van Pompeï waar in de afgelopen decennia veel illegale opgravingen plaatsvonden. Daarom zijn er nieuwe onderzoeken naar het gebied gestart, zodat het overgebleven erfgoed beter beschermd blijft.

Bronnen:

The Local
Parco Archeologico Pompei 

Afbeelding:

Parco Archeologico Pompei