Prehistorie – Begrip en periodisering

Prehistorie (Begrip en periodisering) - cc - Pixabay

 
Prehistorie (Begrip en periodisering) – cc – Pixabay

Bron: Prehistorie – Begrip en periodisering

Wanneer eindigt de prehistorie?
 
 

De term Prehistorie wordt gebruikt om de tijd vóór de uitvinding van het schrift mee aan te duiden. Omdat het schrift niet overal op de wereld op dezelfde tijd in gebruik kwam, liep de Prehistorie niet op alle plekken ter wereld gelijktijdig ten einde.

Het begrip ‘Prehistorie’

Paul Tournal, 'uitvinder' van de prehistorie

Paul Tournal, ‘uitvinder’ van de prehistorie

Het begrip ‘prehistorie’ werd geïntroduceerd door de Franse archeoloog Paul Tournal van de Universiteit van Narbonne in 1833. Oorspronkelijk gebruikte hij het begrip antéhistorique, maar halverwege de 19e eeuw vertaalde de Canadese wetenschapper Daniel Wilson (1816–1892) de term als Prehistory in het Engelse vakjargon. Het laatste begrip werd uiteindelijk gangbaar in de archeologie.

Prehistorie: de tijd van de ongeschreven bronnen

De Prehistorie is hoofdzakelijk het onderzoeksterrein van archeologen. De archeologie onderzoekt immers vooral voorwerpen en overblijfselen uit het verleden, terwijl historici zich hoofdzakelijk richting op het onderzoeken van geschreven bronnen. Typerend voor de Prehistorie is het onbreken van geschreven bronnen of de onleesbaarheid daarvan. Een veelgebruikte definitie van Prehistorie – ook wel voorgeschiedenis of oertijd genoemd – is dan ook deze:

Het tijdvak uit de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen zijn gevonden, of waarvan we deze bronnen niet begrijpen.

De Prehistorie wordt onderverdeel in tal van archeologische perioden en culturen, waaronder de Bandkeramiek en de Swifterbantcultuur.

Einde Prehistorie begon in Mesopotamië

Hiërogliefen
Hiërogliefen

Met de uiting van het spijkerschrift door de Mesopotamiërs, rond 3300 v. Chr., eindigde in de zogeheten Vruchtbare Halve Maan de prehistorie. Maar de periodisering is dus omstreden en wereldwijd anders. In het huidige Nederland eindigde de Prehistorie bijvoorbeeld enkele decennia voor het begin van de jaartelling met de komst van de Romeinen. Zij namen het schrift mee naar onze gebieden, die Germania Inferior genoemd werden, en maakten zo een einde aan de Prehistorie in onze regionen.Maar het kan problematisch worden in het geval van Egypte, als we de zojuist genoemde definitie van het begrip Prehistorie hanteren. Het hiërogliefenschrift werd pas in 1822 ontcijferd… Dus je zou kunnen beargumenteren dat de Egyptische beschaving voor die tijd in de Prehistorie verkeerde…

Na de Prehistorie

In het door de Commissie-De Rooy gebruikte systeem van de Tien Tijdvakken met 49 kenmerken is voor het gemak het jaar 3000 v.Chr. gehanteerd als eindmoment van de Prehistorie, onder de naam Tijd van jagers en boeren. Daarna begon de Tijd van de Grieken en Romeinen, die historici de Oudheid of Klassieke Tijd noemen. Deze duurt bij De Rooij tot ongeveer 500, terwijl historici de Oudheid regelmatig preciezer laten aflopen omstreeks het jaar 476, toen het West-Romeinse Rijk viel.

Ook handig: Archeologische perioden | Historische tijdvakken
Artikel: Waar begint de Nederlandse geschiedenis?
Boekentip: Van graven in de prehistorie en dingen die voorbijgaan

Schedelfragment oudste Nederlander uit IJstijd gevonden

Close-up van het versierde bizonbot (RMO)

Close-up van het versierde bizonbot (RMO)

Bron: Schedelfragment oudste Nederlander uit IJstijd gevonden
Unieke ijstijd-ontdekkingen uit prehistorisch Noordzeelandschap

Een fragment van een menselijke schedel uit de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden en een versierd bot van een bizon blijken uiterst zeldzame vondsten uit het einde van de laatste IJstijd. Ze zijn 13.000 jaar oud en zijn daarmee de vroegste moderne mens van Nederland en de oudste kunst afkomstig uit de Noordzee.

Dat concluderen Nederlandse archeologen na bestudering van beide vondsten die zijn opgediept uit de Noordzee. Die was in de IJstijd een laagvlakte in plaats van een zee. De ontdekking levert belangrijke aanwijzingen op over de kolonisatie en bewoning van dit uitgestrekte verdronken landschap en de vroege culturele uitingen van de laatste jagers van de IJstijd.

Volwassen persoon

Het schedelfragment (RMO)

Het schedelfragment (RMO)

De ‘oudste mens van Nederland’ is een fragment van een linker wandbeen van een schedel van zo’n 13.000 jaar oud. Het is de oudste vondst van een moderne mens uit de Noordzee. In 2013 is het door een vissersboot opgediept voor de Nederlandse kust, ten zuiden van de Eurogeul.Uit fysisch-antropologisch onderzoek blijkt dat het gaat om een volwassen persoon, die in zijn of haar jeugd mogelijk last had van een aandoening als bloedarmoede. Dat mensen in de IJstijd veelal jagers waren, wordt bevestigd door onderzoek van de chemische samenstelling van het bot. Die toont aan dat vlees een belangrijk onderdeel van het dieet vormde. Het stuk schedel werd in 2013 door North Sea Fossils geschonken aan het Rijksmuseum van Oudheden.

Versierd bizonbot

Het versierde bizonbot blijkt iets ouder dan het schedelfragment: 13.500 jaar. In 2005 werd het opgevist uit de Noordzee, ten zuiden van de Bruine Bank. Via een privéverzameling kwam het in bruikleen van het Rijksmuseum van Oudheden. Het gaat om een stuk van een middenvoetsbeen met een opvallende geometrische zigzag-versiering, in een vijftal vlakken. Dit is volgens het museum het vroegst bewaarde en gedateerde voorbeeld van kunst dat uit onze streken bekend is.

De functie is niet te achterhalen, mogelijk was het een handvat van een werktuig, of een ritueel voorwerp. Er zijn drie vondsten met vergelijkbare versiering bekend. Die zijn op grote afstand van elkaar gevonden, in Wales (UK), Frankrijk en Polen. Die afstand zegt iets over de mobiliteit en de uitgebreide netwerken van de late IJstijdmens.

Versierd bizonbot (RMO)
Versierd bizonbot (RMO)

De geometrische en abstracte stijl verschilt van de oudere naturalistische, figuratieve voorstellingen die onder andere bekend zijn uit de Franse grotten. Deze stijlovergang weerspiegelt mogelijk belangrijke veranderingen in mobiliteit en sociale organisatie.

Cruciale periode in de geschiedenis van Nederland

Aan het eind van de laatste IJstijd, zo’n 13.000 jaar geleden, stond de zeespiegel zo’n 60-80 meter lager dan vandaag en lag de Noordzee droog. In het uitgestrekte landschap joeg de vroege moderne mens op rondtrekkende edelherten, elanden en bizons. De resten van die mensen, dieren en artefacten komen soms in vissersnetten terecht of worden op het land gespoten bij onder meer kustversterkingen.

Close-up van het versierde bizonbot (RMO)
Close-up van het versierde bizonbot (RMO)

De twee Leidse Noordzeevondsten staan niet direct in verband met elkaar, maar zijn beide zeldzame overblijfselen uit een cruciale periode in de geschiedenis van Nederland. Het einde van de laatste IJstijd is het moment waarop de noordelijke delen van Europa vanuit het zuiden door de moderne mens in gebruik werden genomen. Deze kolonisatie gebeurde op een moment van grote klimaats- en omgevingsveranderingen en duidt op de vindingrijkheid van onze voorouders deze het hoofd te bieden. Het Rijksmuseum van Oudheden:

“De vondsten uit de Noordzee laten zien dat de bodem daar ongekend rijk is aan vondsten en vindplaatsen. Het is een enorm onontdekt en goed bewaard prehistorisch landschap. Nader onderzoek en bescherming van de Noordzeebodem is van groot wetenschappelijk belang voor de Nederlandse en internationale archeologie en paleontologie.”

Het onderzoek van beide vondsten is verricht door een team archeologen van het Rijksmuseum van Oudheden, de Faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden, de Werkgroep Steentijd Noordzee en Stichting Stone. De C-14 dateringen zijn verricht door de Universiteit Groningen. Het onderzoek naar de beide vondsten is vandaag gepubliceerd in wetenschappelijk archeologisch tijdschrift ‘Antiquity’.

Boek: Onze vroegste voorouders – De geschiedenis van Nederland

Jetta Klijnsma neemt fotoboek Havelterzand in ontvangst

Havelte – Natuurfotograaf Machiel Vos overhandigde tijdens het nieuwjaarsconcert van De Brincksanghers in Havelte het fotoboek Havelterzand aan commissaris van de Koning van Drenthe Jetta Klijnsma.

De natuurfotograaf, woonachtig in Havelte, maakte haar en het aanwezige publiek duidelijk dat de omgeving van Havelte een uniek natuurgebied is. Machiel de Vos besteedde jaren om zijn omgeving in beeld te brengen. Dit mondde uit in het zeer fraaie fotoboek “Havelterzand”. Het boek geeft een beeld van het gebied van de stuwwal in Zuidwest-Drenthe, tussen de beekdalen van de Aa en de Oude Vaart.

De commissaris, die zich zeer geïnteresseerd toonde in de geschiedenis en de omgeving van Havelte, was erg in haar nopjes met dit cadeau.

Voor geïnteresseerden is het de moeite waard om de site www.havelterzand.nl eens te bezoeken om daar (nogmaals) te ontdekken, waarom onze streek “de parel van Drenthe” wordt genoemd. Een gebied waar de commissaris van Drenthe zich sterk voor wil maken.

 

6000 jaar oud babylijkje in arm vrouw gevonden in Nieuwegein

Babylijkje van 6000 jaar oud

In Nieuwegein is een bijzondere archeologische vondst gedaan: een babylijkje van 6000 jaar oud. Het kindje zou hebben behoord tot de Swifterbantcultuur, de eerste cultuur die in Nederland leefde. Het is het eerste babylijkje dat is gevonden uit die periode. Archeologen komen baby’s niet vaak tegen, omdat het kraakbeen meestal vergaat.

Er zijn onder meer een schedel, een pijpbeen en een kaak met gebitselementen aangetroffen. Uniek is ook dat de baby in de armen van een vrouw van tussen de twintig en dertig jaar lag. Opvallend was dat ze met één arm gebogen en met de andere gestrekt lag begraven, zegt projectleider Helle Molthof van Bureau RAAP in het NOS Radio 1 Journaal.

De archeologische vondst in Nieuwegein (links) en een artist impression
 

Dna-onderzoek

“Dat is voor die cultuur uniek, omdat die mensen meestal met gestrekte armen en benen begraven werden. Later deden we de ontroerende ontdekking dat er een baby’tje in haar armen lag.”

Dna-onderzoek moet uitwijzen of het inderdaad om de moeder gaat, al lijkt die kans groot. De onderzoekers hopen daarbij meer te weten te komen over grafceremonies uit die tijd. “We weten best wel veel over hoe ze leefden, woonden en wat ze aten”, zegt Molthof, “maar we weten nog niet veel over hoe ze hun doden begroeven en wat er met kinderen gebeurde.”

De onderzoekers gaan ook aan de hand van isotopen bekijken of de vrouw geboren is in de buurt van Nieuwegein, of dat ze daar later pas naartoe trok.

Swifterbantcultuur

In de jaren 50 en 60 werden bij Swifterbant in de net drooggelegde Flevopolder overblijfselen ontdekt van een cultuur uit de Midden-Steentijd. Deze jagers-verzamelaars leefden rond 5000 voor Christus in de moerasachtige gebieden van de visserij en de jacht. Het aardewerk dat deze gemeenschappen maakten, wordt gekenmerkt door een typische spitse vorm. Later gaat de Swifterbantcultuur over in de trechterbekercultuur.

De archeologen zijn gestuit op de overblijfselen toen ze voorafgaand aan de bouw van een bedrijvenpark bij Nieuwegein een opgraving deden. “Daar vonden we een heleboel dingen van de Swifterbantcultuur”, zegt Molthof, die spreekt van een prachtige ontdekking.

“We kwamen skeletten tegen van volwassenen. Omdat het daar erg nat en kleiig was, konden we alles heel moeilijk zien. We hebben dat hele stuk grond in een grote bak gestopt en in een andere ruimte onderzocht. Omdat we zo rustig te werk konden gaan, zijn we op de botresten gestuit.”

Leestekens van het landschap: Aan de kant hunebed, de pingoruïne is het nieuwe icoon van Drenthe!

Bron: http://www.dvhn.nl/extra/Mijn-Streek-Leestekens-van-het-landschap-Aan-de-kant-hunebed-de-pingoru%C3%AFne-is-het-nieuwe-icoon-van-Drenthe-wandelroute-22855537.html

 Nergens ter wereld vind je zoveel pingoruïnes als in Drenthe. Deze bodems bevatten een schat aan informatie over de geschiedenis van het landschap. Fysisch geograaf Anja Verbers leidt rond in de omgeving van Zeijen.

De hunebedden kunnen hun borst natmaken. Hun positie staat op de tocht, binnenkort zijn ze zelfs icoon-van-Drenthe af. Er is een landschapselement dat veel meer kan vertellen over de geschiedenis van Drenthe, een landschapselement bovendien dat veel meer voorkomt dan de ruim vijftig grafmonumenten uit de prehistorie.

Nou ja, binnenkort… aan Anja Verbers (1959) zal het in elk geval niet liggen. Als fysisch geograaf in dienst bij Landschapsbeheer Drenthe werkt ze hard om van de pingoruïnes in de provincie ‘de nieuwe hunebedden van Drenthe’ te maken, want die potentie hebben ze volgens haar. Maar voor het zover is, kan ze nog wel even vooruit.

Liefst 2500 ‘depressies’ – ,,meestal worden ze gewoon veentjes of vennetjes genoemd” – telt de geo-morfologische kaart die in 2012 door de provincie werd opgesteld. Verbers: ,,Wat is de oorsprong van die depressies? Om dat uit te zoeken ging in 2015 het Pingo Programma Drenthe van start. Er is inmiddels van 125 locaties bekend wat het zijn, 80 daarvan zijn pingoruïnes.”

Haverkampsveen, volgens Verbers vrijwel zeker een pingoruïne. Deels verveend. Foto: Marcel van Kammen

Inuit

Voor we op stap gaan: wat is een pingoruïne? Een goede vraag bij een kop koffie in het café aan de brink in Zeijen. Verbers legt een paar afbeeldingen op tafel. ,,Het woord pingo is afkomstig uit het Inuit, de taal van de Eskimo’s, het betekent: heuvel die groeit. Permafrost is een voorwaarde voor pingo’s. Boven de poolcirkel, in Noord-Canada bijvoorbeeld, tref je ze ook nog aan. Omstandigheden als daar deden zich zo’n 15.000 jaar geleden ook in onze streken voor, aan het einde van de laatste ijstijd, het Weichselien. De pingo’s hier smolten zo’n 14.700 jaar geleden. Dat gebeurde vrij abrupt toen het klimaat plots opwarmde.”

We hebben nu een beeld van de pingoruïne. Maar er zijn ook andere depressies?

Verbers: ,,De vennetjes kunnen natuurlijk ook op een andere manier zijn ontstaan. Meestal zijn het dan uitblazingskommen. Die ontstonden in dezelfde periode als de pingo’s, op plekken waar de wind in het kale landschap het zand tot de grondwaterspiegel wegblies.”

Pingoruïne of uitblazingskom, to be or not to be, daar draait het dus om. We gaan op pad. Op de kaart die Verbers bij zich heeft staan zeven plekken omcirkeld. Het Holtveen is eerste op de route. Verbers drukt het sprankje hoop van de verslaggever meteen de kop in als hij denkt dat hij het onderscheid wel kan maken door te kijken naar een randwal. ,,Vaak denken mensen: een rond watertje met een randwal. Maar daarvan kun je niet op aan. Meestal is die wal verstoven of vlakgeploegd door de boeren en dus niet of nauwelijks zichtbaar.”

Natte laagte

Het Holtveen blijkt een natte laagte met bomen aan de rand van de Zeijer Strubben. Het is geen pingoruïne, verklapt Verbers. Ze vertelt hoe ze langs een lijn om de 10 meter een boring zet, om zo de identiteit van een laagte te achterhalen. ,,Als ik met de grondboor 2,5 meter of nog dieper veen aantref, weet ik genoeg, dan is het een pingoruïne. Ze kunnen zelfs tot 20 meter diep zijn. In Drenthe is het Mekelermeer bij Nieuw-Balinge met 12 meter de diepste.”

Op naar het Witteveen, waarvan Verbers door boringen zeker weet dat het een pingoruïne is. Onderweg hebben we uitzicht op een bijzondere laagte in het grasland, Verbers’ handen jeuken om de plek te onderzoeken. Even verder passeren we hunebed D5.

Witteveen, bewezen pingoruïne, zeker 4 meter diep. Gelegen tussen hunebed D5 en de grafheuvels en celtic fields van het Noordsche Veld. Dat maakt de pingoruïne extra interessant. Foto: Marcel van Kammen

Het Witteveen is een slaperig moerasbosje aan de rand van heideterrein het Noordsche Veld. Dat is het niet altijd geweest. Verbers weet dat het tot de jaren zestig een heideterreintje was. We lopen een stukje de pingoruïne in, net voldoende om te zien dat we afdalen.

Hoe het terrein de laatste eeuw ook van uiterlijk veranderde, het is Verbers om de bodem te doen. ,,Hoewel door drainage van het omringende land de bovenste laag van de veenbodem veraard is en er op sommige plekken veen is gewonnen, is dit een behoorlijk gave pingo.” Ze legt het belang van de bodem uit. ,,Alle sedimenten, al het stuifmeel van planten en gewassen – dus de geschiedenis van het landschap – is in zo’n pakket veen terug te vinden. Zo’n goed archief vind je nergens.”

Wandelroute

Lengte: 10 kilometer.

Begaanbaarheid: houd rekening met enkele behoorlijk modderige delen!

Start op de brink in Zeijen.

Ga vanaf start in noordelijke richting over Hoofdstraat en neem vervolgens eerste weg LA, Noorderstraat.

Loop Noorderstraat uit tot Esstraat en sla RA, een zandpad.

Na een paar honderd meter volgt bos Zeijer Strubben aan linkerhand. Ga bij bordje Staatsbosbeheer LA om via smal pad bij uitblazingskom te komen. Wandel hetzelfde pad terug en vervolg route over zandpad. Even verder ziet u rechts een mogelijke pingoruïne in het grasland.

Op asfaltweg LA en eerste weg RA, u wandelt langs hunebed en komt bij het einde van het weggetje bij pingoruïne het Witteveen, rechts van pad.

Ga verder over fietspad, dat even verder naar links buigt.

Voor wildrooster bij heide LA, volg het pad langs de contouren van de akker.

Op T-splitsing LA, een zandpad tussen boomwallen.

Steek asfaltweg over en ga RD.

Na ongeveer een kilometer LA, een loopplank van bielzen.

Volg het pad naar, rond en langs pingoruïne het Bollenveen.

Vervolgens vlak voor bosrand RA, volg het pad met het rode pijltje dat boomwal induikt en ga even verder langs sloot door weilanden.

Loop alsmaar RD, u passeert waarschijnlijke pingoruïne Haverkampsveen.

Op asfaltweg RA en waar de weg naar rechts buigt LA, een zandpad.

Bij water Zeijerwiek RA en vervolgens LA over brug en meteen LA, de andere oever van de Zeijerwiek. Rechts bevindt zich waarschijnlijke pingoruïne Veldakkersveen.

Wandel tot volgende brug/dam en steek water over en ga RA verder.

Bij bordje haven LA, wandel het pad uit tot op driesprong voor ijsbaan (een mogelijke pingoruïne), ga hier LA.

Op klinkerweg RA en vervolgens eerste weg LA, terug naar start.

De Mijn Streek-reeks Leestekens van het Landschap komt tot stand in samenwerking met het Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen. De website www.leestekensvanhetlandschap.nl is het platform voor informatie over landschapselementen in Nederland. Iedereen kan hierop zijn kennis delen.

Spectaculaire vondsten bij archeologische opgraving in Austerlitz

Bij opgravingen in Austerlitz zijn duizenden sporen en vondsten ontdekt van het ‘Franse Kamp’ van Napoleon. In opdracht van de gemeente Zeist zijn archeologen in samenwerking met vrijwilligers sinds 25 september 2017 aan het graven. Volgens regio-archeoloog Peter de Boer van de Omgevingsdienst regio Utrecht, die namens de gemeente het project begeleid, zijn de eerste resultaten van de opgraving zonder overdrijving spectaculair te noemen.

Het onderzoek van het ‘Franse Kamp’ van Napoleon gaat vooraf aan een uitbreiding van het dorp aan de noordzijde. Tijdens deze eerste grote opgravingscampagne is een compleet beeld van één gehele sectie van het kamp verkregen. De Boer: “We kunnen nu uitrekenen hoeveel manschappen in dit deel verbleven. We hebben op basis van de gevonden uniformknopen een beeld gekregen van welke legeronderdelen hier lagen. Er is bovendien een duidelijke ‘tentenkampfase’ en ‘barakkenfase’ vastgesteld. Met behulp van de aangetroffen tentgreppels, barakken, kookkuilen en een waterput kunnen we nu een reconstructie maken van de indeling van dit deel van het kamp.”

Afzien

Er zijn al duidelijke verschillen herkend in de vondsten uit het gedeelte waar de soldaten verbleven en uit het gedeelte waar de onderofficieren verbleven. De Boer: “Een leuk voorbeeld is voor mij toch wel dat in de zone met de onderofficieren één klein afvalkuiltje is aantroffen met daarin resten van een fles, een glas en een rookpijp. Het zal daar dus niet altijd afzien zijn geweest. Wél afzien was het voor één van de soldaten. Hij heeft zijn lederen beursje met daarin 19 muntjes verloren. Hij zal zich er rot naar gezocht hebben en nu pas, na dik 200 jaar, vinden we het terug. Hoe klein de omvang van deze gebeurtenis dan ook mag zijn, je kunt hierdoor als het ware in het hoofd kruipen van zo’n soldaat en dat is een historische sensatie!”

Grafheuvels

Als onverwachte ‘bonus’ zijn in de opgraving 2 préhistorische grafheuvels gevonden. De menselijke resten zelf waren vergaan, maar de grafkuilen en de lijksilhouetten tekenden zich nog wel als verkleuringen af in het zand. Eén graf betreft een zogenaamd ‘hurkgraf’. De begraven persoon is hierin op zijn/haar zij en met opgetrokken knieën begraven. Dit is een grafritueel dat stamt uit de zogenaamde ‘Enkelgrafcultuur’ en dateert vermoedelijk uit de nieuwe steentijd (ca. 4500-4000 jaar geleden). De grafheuvels lijken daarmee ouder te zijn dan eerder was gedacht.

Vervolg

De archeologen gaan in de komende periode de sporen en vondsten bestuderen en in een rapport vastleggen. De opgravingen op de locatie van het Franse Kamp zijn daarmee nog niet klaar. In het kader van het Dorpsplan en Hart van Austerlitz worden nog meer opgravingen uitgevoerd.

De herontdekking van Amerika

Bron: https://www.scientias.nl/de-herontdekking-van-amerika/

Een publicatie in het vooraanstaande tijdschrift Nature veroorzaakte dit voorjaar grote commotie bij Amerikaanse archeologen. Het betrof de definitieve datering van mastodont-botten die al in 1993 waren gevonden bij San Diego, Californië. Sommige gebroken botten waren volgens de vinders door mensen met stenen (hamers) bewerkt. Ze vermoedden bovendien dat de fossiele oer-olifanten veel en veel ouder waren dan 13.000 jaar. Dat zou sensationeel zijn want dat tijdstip is de ‘officiële’ start van de kolonisatie van Amerika toen de eerste mensen via de Beringstraat binnen kwamen wandelen. Zo’n boude veronderstelling vraagt om extreme bewijzen. De onderzoekers hebben in de tussentijd dat werk grondig gedaan. Ze hebben zelfs met stenen hamers op olifantenbotten geslagen. Ze zagen dat de breuklijnen identiek zijn aan die in de mastodontbotten. Hun eindconclusie was dat mensen de mastodonten maar liefst 130.000 jaar geleden bewerkten. Dat zou de menselijke aanwezigheid daar met een spectaculaire factor 10 verlengen!

Lang werd gedacht dat de Cloviscultuur de oudste cultuur van Amerika was. De cultuur zou rond de 11.500 jaar geleden zijn ontstaan. De dragers van deze cultuur zouden jagers zijn geweest en er zijn dan ook heel wat speerachtige punten zoals hierboven van hen teruggevonden. Afbeelding: Locutus Borg (via Wikimedia Commons).

Steeds nieuwe bewijzen van eerdere aanwezigheid
Natuurlijk is deze bevinding zwaar omstreden. Misschien ook omdat de eerste kolonisatie van Amerika zo eenvoudig leek volgens de lang gangbare versie. Tijdens de laatste ijstijd lag de zeespiegel veel lager en werd het zo’n 13.000 jaar geleden mogelijk om te voet, over land van het hedendaagse Siberië naar Alaska te reizen. Volgens deze versie vestigden de eerste kolonisten voorts de zogenaamde Clovis cultuur in Noord-Amerika. Die verspreidde zich steeds verder over het continent en vervolgens werd van daaruit ook Zuid-Amerika gekoloniseerd. Maar er zijn vooral in het laatste decennium steeds meer vondsten gedaan die toenemende twijfel zaaien of het echt zo is gegaan. En die bovendien wijzen op een veel complexere gang van zaken. In Noord-Amerika stapelen zich namelijk in rap tempo pre-Clovis vindplaatsen op. Zo is daar ‘Cactus Hill’ in Virginia waar voorwerpen (artefacten) zijn gevonden die rond 20.000 jaar oud zijn. Of neem ook ‘Topper’, een steengroeve in Noord-Carolina. Aanvankelijk trof men hier Clovis artefacten aan zoals speerpunten. Maar een of twee meter dieper verscheen een nieuwe verzameling. De aanvankelijke datering op rond 15.000 was omstreden maar is inmiddels is 2017 herbevestigd. Nog dieper liggen voorwerpen die misschien zelfs de 50.000 of meer jaar halen. Nog een voorbeeld: in januari 2017 zijn artefacten uit ‘Blue fish caves’ in Alaska op 24.000 jaar oud gedateerd.Zuid-Amerika was ook eerder bewoond
Ook in Zuid-Amerika zijn zulke oude dateringen gedaan. Een vondst eind jaren 70 van de vorige eeuw in Monte Verde (zuid-Chili) deed toen veel stof opwaaien. Artefacten daar bleken tegen de 15.000 jaar oud zijn. Er was groot ongeloof dat hier al indianen waren vóór de Noord-Amerikaanse Clovis-indianen. Het heeft dus decennia geduurd én de nodige strijd gekost voordat zo’n ouderdom werd geaccepteerd. Later zijn vlak bij de eerste vindplaats meer artefacten zoals stenen werktuigen en verkoold hout gevonden. De betrokken archeologen schatten die op 34.000 jaar. Sommige zijn zelfs 50.000 jaar oud, zo beweren enkelen. In steeds meer Zuid-Amerikaanse landen zijn er aanwijzingen van erg vroege menselijke aanwezigheid. Eén voorbeeld van een archeologische vindplaats is Santa Elina in het westen van Brazilië̈. In 2017 zijn ornamenten, gemaakt uit weefsel van de toen levende reuzenluiaard, (opnieuw) gedateerd op zeker 23.000 jaar oud. Ook hier opperen sommige onderzoekers dat artefacten wellicht 50.000 jaar oud zijn.

“Een heel ander verklaring is dat de kolonisatie niet over land ging maar (ook) over zee!”

Is Amerika vanuit zee ontdekt?
Er zijn nu zoveel vondsten ouder dan 13.000 jaar gedaan dat die schreeuwen om nieuwe verklaringen. Een nieuwe hypothese is bijvoorbeeld dat vroege mensen al in (een) eerdere ijstijd(en) via de landroute Amerika binnenliepen. Misschien zelfs al 130.000 jaar geleden, denk aan de mastodont-botten in San Diego! Maar een heel ander verklaring is dat de kolonisatie niet over land ging maar (ook) over zee! Zo wordt steeds vaker verondersteld dat mensen vanuit Noordoost-Azië per boot zijn overgestoken. En dat dat ook al eerder dan 13.000 jaar geleden gebeurde. Dát zou in elk geval de vroege vindplaats in Monte Verde kunnen verklaren. Wat pleit voor deze zeeroute-hypothese is dat je via de kust relatief sneller twee (Amerikaanse) continenten kunt koloniseren dan te voet. Een kustvolk past zich namelijk gemakkelijker aan nieuwe gebieden aan dan een ‘landvolk’. Dat komt omdat kuststreken ecologisch veel meer op elkaar lijken dan die uit het heel diverse binnenland met al haar verschillende biotopen.

Zouden de eerste kolonisten over zee naar Amerika zijn gereisd? Afbeelding: Lenaeriksson / Pixabay.

Waren Europeanen de eersten?
Terug naar Noord-Amerika: hoe valt te verklaren dat het merendeel van de pre-Clovis vindplaatsen aan de kant van de Atlantische oceaan liggen? De Solutrean-theorie heeft daar een antwoord op: de eerste kolonisten kwamen uit Europa! De Solutreans hadden 15.000 jaar geleden – dus tijdens de laatste ijstijd – ruwweg het huidige Baskenland als kerngebied. Het idee is dat ze toen langs de rand van het permanente ijs (dat toen veel zuidelijker lag) richting Amerika peddelden. Ze leefden zoals de Inuït, is daarbij de gedachte. Voor deze controversiële theorie zijn geen menselijke fossiele bewijzen maar wel andere aanwijzingen gevonden. Onder andere op Cactus Hill (een archeologische vindplaats in Virginia) zijn speerpunten opgegraven die qua vorm identiek zijn aan die uit het oorspronkelijke ‘Baskenland’. Die punten wijken bovendien duidelijk af van Clovis-speerpunten. Voor de kust van Virginia viste een trawler een door mensen bewerkt bot op van een mastodont samen met zo’n Solutrean speerpunt. Gezien zijn chemische samenstelling is die punt hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit het Baskenland zelf. Er zijn ook genetische aanwijzingen, maar zoals te verwachten zijn die omstreden.

“De gevestigde archeologische orde kan er niet meer omheen: de beide Amerika’s zijn (veel) eerder dan 13.000 jaar geleden ontdekt”

De tijd is rijp voor heel nieuwe aannames
Samengevat kun je er ook vanuit de gevestigde archeologische orde niet meer omheen dat de beide Amerika’s (veel) eerder dan 13.000 jaar geleden ontdekt zijn. Dat vergt een enorme reset in het denken. Er is een nieuw paradigma nodig met heel frisse aannames. Je kunt hier een parallel trekken met de snel veranderende aannames over de oorsprong van de moderne mens. Ook dat leek tot voor kort zo lekker eenvoudig, want wij allen zouden in een rechte en zuivere lijn afstammen van een klein groepje eerste mensen uit Afrika. Inmiddels breekt het inzicht door dat we het hybride eindproduct zijn van veel over en weer kruisingen tussen allerlei (archaïsche) mensensoorten. Een proces dat zich honderdduizenden jaren lang afspeelde in zowel Afrika als Eurazië̈. Chinese onderzoekers opperden in een recent paper (voorjaar 2017) dat een dergelijk hybridisatieproces zich zelfs in Amerika voltrok. Dát is wel heel revolutionair gedacht! Is dit wetenschappelijke luchtfietserij of lopen ze gewoon ver voor de troepen uit? De herontdekking van Amerika zal ons hoe dan ook blijven verrassen. En die van de ontstaansgeschiedenis van de mens ook.

Rob Oele (1953) heeft in de jaren ’70 ontwikkelingspsychologie gestudeerd en is altijd zeer geïnteresseerd geweest in de ontstaansgeschiedenis van de mens. De laatste jaren is hij zich hier echt in aan het verdiepen en schrijft hij voor Scientias.nl met regelmaat over nieuwe, verassende bevindingen en dito inzichten die hij tijdens zijn zoektocht naar het verhaal van onze herkomst tegenkomt. Nieuwsgierig? Bekijk hier de artikelen die eerder van zijn hand verschenen!

Resten van onbekend volk ontdekt in het binnenland van Alaska

04-01-2018Daan Couwenbergh

Nieuw inheems Amerikaans volk ontdektHoe kwamen de eerste mensen in Noord- Amerika? Op zoek naar het antwoord op die vraag hebben onderzoekers en archeologen van de Universiteit van Alaska Fairbanks de resten van een onbekend volk ontdekt. Het onderzoek werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Het gaat om de overblijfselen van een zes weken oud kind, die zijn in 2015 opgegraven bij de locatie Upward Sun River. Uit DNA-onderzoek naar de resten blijkt nu dat zij, en een ander kind dat vlakbij werd opgegraven, familie waren. Wat ook bleek: ze hoorden beiden bij een volk dat tot dan toe onbekend was. Het tot nu toe onbekende volk is door de onderzoekers Ancient Beringians genoemd.

Nieuwe theorie over eerste mensen in Noord-Amerika

Het is niet alleen bijzonder dat er nu een compleet onbekend volk is ontdekt, de ontdekking schept ook een nieuw licht op de theorieën over de manier waarop de mensheid zich over Noord-Amerika verspreidde. De twee nichtjes, dat waren het waarschijnlijk, leefden ongeveer 11.500 jaar geleden. Hun volk zou ongeveer 20.000 jaar geleden zijn afgesplitst van het volk dat zich 35.000 jaar geleden afsplitste van de bewoners van Oost-Azië.

Nieuw inheems Amerikaans volk ontdekt

Nieuwe scenarios

Er zijn volgens de onderzoekers nu twee nieuwe scenario’s voor de manier waarop de mensheid Noord-Amerika bevolkte. Een daarvan is dat er een groep zo’n 15.000 jaar geleden over de landbrug in wat nu de Beringstraat tussen Alaska en Rusland is, overstak en zich daarna splitste in twee volkeren. Een ander scenario is dat die splitsing al gebeurd was voordat zij de landbrug tussen Eurazië en Amerika overstaken. Daarbij zou de groep die nu de Ancient Beringians is genoemd wordt, in het noorden zijn gebleven. De andere groep, waaruit andere Amerikaanse volkeren zijn voortgekomen, zou naar het zuiden zijn afgezakt.

Verdwijnen van de Ancient Beringians

Hoe de Ancient Beringians zijn verdwenen, is niet bekend. Zo’n zesduizend jaar geleden zouden de Athabascan volkeren weer naar het noorden zijn getrokken. Daarbij zouden de Ancient Beringians in de stammen van de Athabascan zijn opgegaan, of verdreven.

Bron en afbeeldingen:

University of Alaska Fairbanks

Dag van de Drentse Familiegeschiedenis zaterdag 27 januari 2018

Dag van de Drentse Familiegeschiedenis
zaterdag 27 januari 2018 11.00-16.30 uur

Ben je nieuwsgierig naar het verleden van je familie?
Dan mag je de Dag van de Drentse Familiegeschiedenis zeker niet missen!
Download hier het blokkenschema.

Je kunt op de Dag van de Drentse Familiegeschiedenis inspiratie opdoen, je krijgt tips van ervaren onderzoekers of je kunt gewoon een heel leuke dag beleven. Carolina Verhoeven kookt authentieke Drentse gerechten, taxateur Enno de Boer taxeert meegenomen familievoorwerpen en een redacteur van het bekende tv-programma Verborgen Verleden geeft een kijkje achter de schermen. Er zijn verhalen, workshops, lezingen en rondleidingen rondom het thema ‘Van keukenkast tot kabinet’. Onze topstukken zien? Natuurlijk is een bezoekje aan de schatkamers van het Drents Archief ook mogelijk!

11.00-16.30 uur 
Gratis toegang
Reserveren voor een activiteit is niet mogelijk
 
blokkenschema klein

Alle activiteiten op een rijtje

boer met kopjeLancering notariële akten online
De akten van alle Drentse notarissen vanaf 1811-1841 zijn afgelopen jaar gedigitaliseerd. Ze bevatten veel informatie over de inboedel van Drenten uit die tijd. De scans worden op 27 januari 2018 officieel online gezet door EU-politica Marieke Sanders-ten Holte. Haar voorouders kwamen uit Sleen en Dalen en waren daar grootgrondbezitter, burgemeester, advocaat-procureur. 

infoInformatiemarkt
Ervaren genealogen van de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) afdeling Drenthe en Noordwest Overijssel geven informatie voor starters en gevorderden, er is informatie over het genealogieprogramma ProGen en Probook laat zien hoe je een boek in kleine oplages kunt publiceren. 
Laarwoudzaal en Digilounge, 11.00-16.30 uur


kopjesNeem je familiespullen mee naar taxateur Enno de Boer!

Ben je nieuwsgierig hoe oud het theekopje is uit de erfenis van je oma? Of wil weten of de vaas van tante Griet echt zoveel waard is als in de familie beweerd wordt? Neem dan je familiespullen mee naar taxateur Enno de Boer. Hij is de hele dag aanwezig om de voorwerpen uit je familiebezit te taxeren.
Digilounge, 11.00-16.30 uur


carolinaDrentse heerlijkheden van Carolina Verhoeven en Jan Nederhoed

Culinair etnoloog Carolina Verhoeven heeft deze dag heerlijke oude Drentse wintergerechten bereid. Stamppot snijbonen is een echte januarimaaltijd. En wat dacht je van ‘witte podding’? Slager Jan Nederhoed serveert de bloedworst die maakte op basis van een eeuwenoud recept uit het Drents Archief. Hij vertelt er vandaag graag over. Bij Carolina kun je ook terecht voor kandeel, een heerlijke warme winterdrank.


Koffie en thee

In het Drents Archief is ook koffie en thee verkrijgbaar voor € 1,00


weckenFilm: Huis&Haard

Aan de hand van historische filmfragmenten beleef je het dagelijks leven in Drenthe in de vorige eeuw. Prachtige films uit de collectie van het Drents Audiovisueel Archief (DAVA) brengen het huiselijk leven in beeld. De filmcompilatie wordt doorlopend vertoond.
Digilounge, 11.30-16.30 uur

 

zoeken databasesZoeken in de databases
Ben je nieuwsgierig naar het verleden van je familie? In de Digilounge kun je met hulp van medewerkers van het Drents Archief zoeken in alledrenten.nl. Als je wilt weten hoe en waar  je voorouders woonden helpen we je graag op weg met het zoeken in de Kadaster Archiefviewer en het vinden van boedelinventarissen in notariële akten en de archieven van de schulten.
Digilounge, 11.00-16.30 uur


workshop clementLezing Publieke verkopingen en notariële akten

Hoe kun je aan de hand van notariële akten informatie vinden over de bezittingen van je voorouders? En wat voor informatie vind je daarin en wat zeggen die voorwerpen over een persoon? Ook via publieke verkopen kun je een goed beeld krijgen van de inrichting van een huis en van de goederen die nodig waren voor het uitoefenen van het boerenbedrijf. Lezing door André Clement, medewerker informatiebeheer Drents Archief.
Studio, 11.15-11.45 uur

boer met kopjeLezing Wat vertellen oude foto’s over het wonen van vroeger?
Wat vertellen oude foto’s ons over de inrichting van huizen en boerderijen? Mark Goslinga dook in de archieven en laat zoveel mogelijk beelden zien uit onder meer de fotocollectie Monumentenzorg en uit het werk van verschillende amateurfotografen.
Mark Goslinga is conservator beeld- en geluidsarchief van het Drents Archief.
Studio, 12.00-12.30 uur


vanlierLezing De boedel van Johannes van Lier
Dankzij de veiling van de bezittingen van belastingontvanger Johannes van lier en de dossierstukken die daarvan zijn overgeleverd, kon het Drents Museum een reconstructie maken van de woning van deze 18de-eeuwse heer. Albert Kool vertelt hoe dat in z’n werk ging. Albert Kool is medewerker educatie en publiek in het Drents Museum.
Studio, 12.45-13.15 uur

verrborgen verledenEen kijkje achter de schermen bij Verborgen Verleden
Verborgen Verleden-redacteur Jan van Holsteyn van het populaire programma op NPO2 geeft een kijkje achter de schermen. Hoe gaan de programmamakers te werk bij het onderzoek naar de familiegeschiedenis van bekende Nederlanders? Jan van Holsteyn vertelt over de zoektocht naar verhalen van voorouders die ook iets vertellen over de persoonlijkheid van de hoofdpersonen zelf. Seizoen 10 start vrijdag 5 januari om 21.05 uur op NPO 2.
Studio, 13.30-14.00 uur
Studio, 14.15-14.45 uur

carolinaDe Drentse keuken
Culinair etnoloog door Carolina Verhoeven vertelt over het koken in Drenthe. Hoe werd er gekookt? Hoe kon men het eten langere tijd conserveren zonder koelkast of vrieskist? En hoe veranderde de taak van de huisvrouw in de keuken in de loop van de tijd?
Studio, 15.00-15.30 uur

boer met kopjeLezing Wat vertellen oude foto’s over het wonen van vroeger?
Wat vertellen oude foto’s ons over de inrichting van huizen en boerderijen? Mark Goslinga dook in de archieven en laat zoveel mogelijk beelden zien uit onder meer de fotocollectie Monumentenzorg en uit het werk van verschillende amateurfotografen.
Studio, 15.45-16.15 uur

genealogieWorkshop ProGen
PRO-GEN is een genealogisch programma waarmee je makkelijk de gegevens die je gevonden hebt kunt ordenen en een publicatie kunt maken.Het programma bestaat sinds 1989 en kent vele duizenden gebruikers.
Studiezaal, 11.15-11.45 uur
Maximaal 12 deelnemers

probookWorkshop Maak je eigen familieboek
Heb je al tijden het idee om een boek van je familiegeschiedenis te maken, maar weet je niet hoe dit aan te pakken? Met behulp van Word kun je eenvoudig je eigen boek schrijven en klaarmaken voor het drukproces. Tijdens de workshop nemen de medewerkers van Pro-book je op praktische wijze bij de hand. Er liggen diverse voorbeeldboeken klaar om in te zien.
Studiezaal, 12.15-12.45 uur
Maximaal 12 deelnemers

kadasterWorkshop Waar woonden ze?
Met de Kadaster Archiefviewer kunt u zoeken naar de plek waar Drenten hebben gewoond en gewerkt. De opeenvolgende eigenaars van een perceel zijn zo gemakkelijk te achterhalen. Ook bied de Kadaster Archiefviewer toegang tot gedigitaliseerde kaarten van Drentse percelen. André Clement geeft uitleg voor het zoeken met behulp van de archiefviewer.
Studiezaal, 13.15 -13.15 uur
Maximaal 12 deelnemers

workshop clementWorkshop Publieke verkopingen en notariële akten
Hoe kun je aan de hand van notariële akten informatie vinden over de bezittingen van je voorouders? En wat voor informatie vind je daarin en wat zeggen die voorwerpen over een persoon? Ook via publieke verkopen kun je een goed beeld krijgen van de inrichting van een huis en van de goederen die nodig waren voor het uitoefenen van het boerenbedrijf. Workshop door André Clement, medewerker informatiebeheer Drents Archief.
Studiezaal, 14.15-14.45 uur, Maximaal 12 deelnemers

boedelinventarisWorkshop Op zoek naar boedelinventarissen uit de 17de en 18de eeuw
Vóór 1811 werkten er geen notarissen in Drenthe. Het waren de schulten die in bepaalde gevallen een beschrijving maakten van iemands inboedel. In deze workshop vertelt Erwin de Leeuw hoe je te werk kunt gaan om zo’n boedelbeschrijving te vinden in de archieven van de schulten. Erwin de leeuw is medewerker archiefbewerking en informatie in het Drents Archief. 
Studiezaal, 14.15-14.45 uur
Maximaal 12 deelnemers

kaart batingeKijkje achter de schermen: historische kaarten
Kaartenconservator Egbert Brink neemt je mee naar het depot voor een rondleiding langs bijzondere kaarten uit de collectie van het Drents Archief. Ze vertellen iets over de woonomgeving van onze voorouders.
Start in entreehal.
11.30-12.00 uur
15.00-15.30 uur
Maximaal 15 deelnemers
NB: Jassen en tassen mogen niet mee in het depot.

topstuk familiewapenKijkje achter de schermen: topstukken uit de collectie
Meer dan tien kilometer aan archiefmateriaal wordt door het Drents Archief in geklimatiseerde depots bewaard. Het gaat bijvoorbeeld om de akten van de burgerlijke stand, maar ook om bijzondere brieven uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid. Vandaag krijg je een kijkje achter de schermen. Depotbeheerder Jan de Lange neemt je mee op een rondleiding door het depot. Hij vertelt over het beheer en behoud van archiefstukken en laat enkele archiefschatten zien.
Start in entreehal.
12.30-13.00 uur
14.14-14.45 uur
Maximaal 15 deelnemers
NB: Jassen en tassen mogen niet mee in het depot.

gerechtKijkje achter de schermen: rondleiding oude kookboeken en recepten
Wat aten onze voorouders en hoe kookten ze? Egbert Wildervanck vertelt over kookboeken uit de 18e en 19e eeuw en zal u handgeschreven receptenboeken uit het Drents Archief laten zien. Daarnaast hoort u van alles over keukentradities, keukenmeiden en de ontwikkelingen in kooktechnieken. Egbert Wildervanck is kookfanaat en gastheer Digilounge in het Drents Archief.
Start in entreehal.
13.30-14.00 uur
Maximaal 15 deelnemers
NB: Jassen en tassen mogen niet mee in het depot.

Programma onder voorbehoud.
Reserveren voor een activiteit is niet mogelijk!
De Dag van de Drents Familiegeschiedenis is een initiatief van het Drents Archief en de NGV Drenthe en Noordwest-Overijssel.

‘Waar zijn dan die slijptolkrassen van Vermaning?’

Bron: DvhN http://www.dvhn.nl/drenthe/

GEA MEULEMA
GRONINGEN Archeologen die de vuistbijlen van Tjerk Vermaning vals  verklaren, zijn wellicht jaloers op de tentoonstelling die er over zijn werk in Bergum is.
,,Zij zijn geschrokken dat dit museum een expositie over Vermaning houdt.’’ Dat zegt Klaas Geertsma uit Groningen, secretaris van de APAN,
de landelijke vereniging van amateurarcheologen. Hij is er van overtuigd dat de vuistbijlen, pijlpunten en andere artefacten die Vermaning vond echt zijn. Moet ook wel, zegt hij, omdat de wetenschappers die de vondsten nu onderzoeken ,,nooit, maar dan ook echt nog nooit de slijptolkrassen hebben laten zien.’’
Amateurarcheoloog Vermaning zou zijn vondsten machinaal hebben bewerkt om te doen voorkomen dat ze uit de oude steentijd dateren.
Geertsma reageert met zijn woorden op het onderzoek dat een aantal
archeologen doet naar de vondsten van Vermaning. In het Archeologisch Depot in Nuis nemen de archeologen Marcel Niekus, Frans de Vries
en Lammert Postma honderden stukken onder de loep. De technieken zijn de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd, zeggen ze, zodat ze beter onderzoek kunnen doen. Ze concluderen dat van de elfhonderd Neanderthaler-vondsten van Vermaning er circa twaalf onomstreden zijn, de rest is vervalst. Volgend jaar verschijnt een populair wetenschappelijk boek over hun bevindingen.
Die conclusie is tegen het zere been van Geertsma. In tegenstelling tot Niekus en De Vries is de APAN met het materiaal naar wetenschappers en musea in België, Frankrijk en Duitsland gereisd, zegt Geertsma.
Conclusie: alles is echt. ,,Ik heb Niekus gevraagd met mij mee te gaan
naar Duitsland, maar dat heeft hij geweigerd. Hij wil niet met mij op
stap.’’ Dat de technieken beter zijn dan vroeger, gelooft Geertsma niet.
,,Toen hadden we ook al elektronenmicroscopen om te kijken wat er in
de stenen zit.’’
De bijlen, pijlpunten en het andere materiaal moeten wel echt zijn,
zegt Geertsma. ,,Als de stenen vals waren geweest, dan was deze Ver-
maningzaak al lang achter de rug geweest.’’
Want dat is wat hij het liefste wil:  ,,Dat er eindelijk, maar dan ook eindelijk eens een einde komt aan de Vermaningzaak.’’ Dat is dan ook de enige overeenkomst tussen Geertsma en de drie wetenschappers.
Tjerk Vermaning (1929-1987) was amateurarcheoloog. In 1965 deed hij
zijn eerste archeologische vondst in Drenthe en hij werd er beroemd mee. Hij kwam met honderden andere steenvondsten, maar in 1975 werd bij beschuldigd van oplichterij.
Hij zou zijn vuistbijlen, pijlpunten en ander materiaal machinaal hebben bewerkt.