Vuistbijl kampioenschap 2018.

Vuistbijl kampioenschap 2018.

Al vroeg in de ochtend van donderdag 26 juli was het een drukte van jewelste op de Brink in Diever. Onder het waakzame oog van de baby-mammoet vertrekken de deelnemers van de fietsvierdaagse voor hun dagtrip en helpen vele vrijwilligers van het OERmuseum om alles in gereedheid te brengen voor het “Nationale Kampioenschap Vuistbijl maken”, georganiseerd door het OERmuseum.


Vanaf kwart voor tien druppelden de deelnemers, allen lid van de “vuursteen werkgroep”, binnen. Anne ten Brink, Christine Mellema, Jan van Rijn en Henk Paas, (de winnaar van vorig jaar 2017). Nieuw dit keer was Henk van Blitterswijk van het buitencentrum te Wilhelminaoord en ook weer van de partij was Ernest Mols, die vorig jaar niet meedeed omdat hij jurylid was maar in de jaren daarvoor al een paar keer heeft gewonnen. Jan Willem van der Drift, lid van de vuursteen werkgroep en Wil Kreike, voorzitter van het Oermuseum vormden de jury.

Heel veel uitleg van de te voren was niet echt nodig, alle deelnemers wisten genoeg van vuistbijlen. Voor het publiek waren in een vitrine echte gevonden vuistbijlen uit Turkije, Afrika, Europa en uit Diever tentoongesteld. Dus eerst maar eens een goede steen uitzoeken. Er stonden manden vol klaar want, zo leerde het publiek al snel: de ene steen is de ander niet. Sommige deelnemers namen hun eigen stenen mee, stenen afkomstig uit noord Frankrijk, Zuidoost Engeland en Denemarken zijn populair. De leden van de vuursteen werkgroep komend doorgaans met een zwaarder beladen auto terug van vakantie dan de meeste andere Nederlanders. De structuur van de steen, daar gaat het om, zo leerden we in 2017 al van Jaap Beuker, auteur van onder andere het boek “vuurstenen werktuigen, technologie op het scherp van de snede”.

Om klokslag 10:00 uur startten de 6 deelnemers vol goede moed. Stenen werden omgetoverd tot prachtige vuistbijlen maar soms was de “laatste” klap er één te veel en moest overnieuw worden begonnen. Het is en blijft scherp, dus er werden ook wel wat pleisters geplakt. Voor het publiek waren en veiligheidsbrillen beschikbaar want de spaanders vliegen in het rond. Hoofdgereedschap bij het maken van vuistbijlen is het dichtst bij het hoofd zittende stuk gewei van een rendier, een hert of een eland. De leden van de vuurwerk werkgroep hebben soms meer moeite met het vinden van een geschikt stuk gewei dan met het vinden van geschikte stenen. Ook harde en zachte stenen worden gebruikt om afslagen te slaan en om wat bij de vijlen.

De jury beoordeelde de resultaten op een viertal punten: diversiteit in de vormgeving (eenzijdig of symmetrisch, hartvormig of rond, groot of klein), slagbeheersing (rake slag en misslagen), de mogelijkheid van “herbruikbaarheid” (kun je tijdens het gebruik hem weer aanscherpen als hij bot is geworden, zonder hem meteen weg te gooien) en de kwantiteit. (hoeveel stenen heb je gemaakt in deze twee uur?)

Om klokslag 12:00 uur moest iedereen stoppen en gingen beide jury leden de 6 deelnemers langs. Steen voor steen werd bekeken en van kritisch commentaar voorzien door juryvoorzitter Jan Willem van der Drift. Een prachtige steen, ligt goed in de hand, deze kan iets scherper, deze steen kun je niet later nog even bijwerken, dit is een hele mooie, die gaat lang mee, hiervan is de hoek iets te scherp, kortom het publiek kreeg goed te horen waarom de ene steen beter werd gewaardeerd dan de andere. De jury had extra beraad nodig om de twee overgebleven deelnemers te kiezen, maar besloot uiteindelijk de prijs te geven aan Ernest Mols, niet zonder de tweede plaats van Henk van Blitterswijk extra te memoreren, het was een nek aan nek race. De wisseltrofee, een moderne bijl ging over van Henk Paas naar Ernest Mols onder luid applaus van het publiek. Volgend jaar zeker weer!